Toiletpoëzie

Onder de ietwat dubbelzinnige titel Toiletpoëzie presenteerde het District Borgerhout in Antwerpen onlangs hun allereerste poëziewedstrijd in samenwerking met Creatief Schrijven.

Dubbelzinnig, want het opgelegde thema was Borgerhout zelf — de naam verwees slechts naar de locatie waar de geselecteerde gedichten worden opgehangen tijdens de Week van de amateurkunsten. Hierdoor varieerden de inzendingen nogal in kwaliteit en onderwerp: van scabreuze kakgedichten (letterlijk alvast) tot romantische odes aan het stadsdeel.

Zelf was ik uitgenodigd te jureren, samen met andere locals die zowel betrokken zijn bij het district als actief in de letteren. De anderen waren aldus nauwelijks onbekenden: collega Silvie Moors van DE DAGEN, medelezer Oskar Gonzalez van Colectivo Amor!ka, Gert Vanlerberghe van Ballonnenvrees, maar ook Saskia De Coster, Mohamed Barrie, Asma Ould Aissa, Leen Lesire, Yousra Benfquih, Lies Vangasse en Lies Jo Vandenhende.

Oskar en ik kozen K’Anjer van Filip Sebreghts [PDF, 114kB] als favoriet; een gedicht wat ik het meest edgy, hedendaags en indringend vond. Als nummer twee had ik Winterbanden van Frederik Bosmans op het oog, en dat werd de uiteindelijke winnaar, met de meeste punten en de meeste voorkeuren.

Prijsuitreiking
Winnaar Frederik Bosmans, An Leenders van Creatief Schrijven, districtsvoorzitter Stephanie Van Houtven

Eén en ander werd georganiseerd door Cultuurantenne Ben Duchateau en ook door hem bijeengepraat tijdens een gezellige uitreiking in Bib Vrede op de Turnhoutsebaan. Een fijne avond, boeiend om eens aan de andere kant van de jurering te staan, en een mooie gelegenheid om dan ook de auteurs persoonlijk te kunnen ontmoeten.

De hoogst scorende inzendingen waren best sterk en het project was oprecht, maar het valt te hopen dat dit nog voortzetting krijgt in komende jaren, dat schrijvend België (of daarbuiten, want in wezen was de wedstrijd open voor iedereen) nog wat actiever achter de keyboard duikt, en dat ‘het veld’ wat ruimer betrokken raakt.

Al bij al kwam er genoeg werk binnen maar dat had qua volume en enthousiasme nog wat meer gemogen. Bovendien, het lijkt me als dichter vandaag schier onmogelijk helemaal niets te zeggen te hebben over Borgerhout, een district dat al te vaak in het nieuws is, en al te vaak inzet is in de nakende gemeenteraadsverkiezingen.

Creatief Schrijven was medesponsor en ook donor van enkele workshops, en het winnende gedicht komt permanent in Bib Vrede te hangen, maar dan op de nieuwe locatie op het Moorkensplein.

Alle resulaten en inzendingen plus info hier.

Tijdschrift SKUT

Drie teksten werden weerhouden voor publicatie op het uitdrukkelijk eigenzinnige Tijdschrift SKUT te Leiden: vandaag verschenen Credo (2018) en Quasilichamelijk.

Volgende week volgt Spilindex. Een ‘grillige’ en dichte tekst die in twee jaar tijd inmiddels een resem rewrites onderging, en recent dus ook sterk kritisch weerwerk en meedenken van de redactie, niet in het minst van redactielid Yi Fong Au.

Het siert SKUT dat ze ook dit soort werk willen plaatsen en een grote mate van redactioneel werk willen verrichten. Het is een reminder om niet te snel te willen publiceren, en bij gelegenheid van een uitgever minstens hetzelfde te verlangen.

In 2016 mocht ik al twee stukken op SKUT publiceren.

Getipt door Frank Keizer

Mijn tekst De 500 rijkste personen werden 23% rijker & Uitnodiging Windsors aan de Obama’s zou de woede van Trump opwekken werd getipt op Azertyfactor door Frank Keizer.

[Het] gedicht ‘De 500 rijkste personen werden 23% rijker & Uitnodiging Windsors aan de Obama’s zou de woede van Trump opwekken’ wijkt in vorm en opzet af van veel poëzie, maar je merkt aan alles dat er voor de dichter geen andere keus is dan het zo te schrijven. De maatschappelijke werkelijkheid van desintegratie, groeiende ongelijkheid en politieke en existentiële uitholling leidt tot een gebroken lyriek. Tot een ik dat wanhopig aan het woord probeert te komen en niet overstemd wil worden door het lawaai. Het zoeken van een nieuwe lyriek in die kapotte taal en wereld is wat dit gedicht zo spannend maakt.

Zoals bij eerdere reviews is het altijd aangenaam wanneer een ander a) uit je tekst haalt wat je hoopte wat erin zat, b) uit je tekst haalt wat je niet wist wat erin zat. Ook weer in dit geval, met het surplus dat ik Keizer sterk waardeer als denker, criticus en dichter.

De titel vormt overigens een direct citaat van twee headlines van net voor kerst, en het eerste luik is niet meer dan een experimenteel kopiëren en rehashen daarvan in een poging een ervaring op te wekken. Enerzijds is er de cognitieve leegte van het sloganeske, waarin alles gezegd kan worden zonder invulling (en er dus evengoed niets wordt gezegd), anderzijds is er de tekst zelf die nietszeggend blijft maar toch een narratief-affectieve spanning lijkt te insinueren. In het tweede luik gebeurt hetzelfde met de cadans en de ritmes van het spoken word, wat evengoed op het experiëntele inwerkt zonder zijn affecten daadwerkelijk te incorporeren.

De tekst valt hier te lezen.

Kluger Hans

Kluger Hans publiceerde in haar nummer 32 mijn tekst Cognaat. Het thema van het nummer is Pallaksch, het ‘sfinxachtige’ begrip van Hölderlin dat zowel ja als nee betekent, en alles daarbuiten. De oproep vatte dit als volgt samen:

Eigenlijk betekent Pallaksch niets, in de zin die we doorgaans aan het woord ‘betekenis’ verlenen. Daarbij moeten we het onderscheid maken tussen wat Hölderlin er indertijd mee bedoelde en wat Pallaksch in de loop van de jaren is gaan markeren: de waarnemingshorizon van de taal.

Ik had Cognaat klaarliggen, vond het aansluiten, en zo ook de redactie. Want:

Eigenlijk is elke tekst een greep naar het absurde. Elke zin, elk woord en elke letter probeert om het onvatbare onwrikbaar vast te leggen.

Verkrijgbaar in de boekhandel of online.

Op stap met Laurence Vielle

De eerste week van mei werd er één die ik niet licht zal vergeten: op stap door Vlaanderen met de dichter des vaderlands, op zoek naar het poëtische midden van het land.

Visitekaartje Ronde van België
Het poëtische midden, Oostende, dag 1

Ik kreeg de kans mee te werken aan het project De Ronde van België met het Poëziecentrum in Gent. Van zondag tot zondag in de voetsporen van Laurence Vielle en er verslag van doen. Niet te weerstaan en uniek.

Vielle kwam met het idee om in haar laatste half jaar haar opvolgster Els Moors letterlijk tegemoet te treden. Moors trok op wandeltocht door Wallonië en Vielle door Vlaanderen. We zagen Oostende en de Westhoek, Brugge en het dichtersbos, Gent en Antwerpen, en verzamelden in De Pianofabriek in Brussel.

Charles Ducal, Laurence Vielle en Els Moors
Ducal, Vielle en Moors op Tout Autre Chose, Brussel

De ervaring was bijzonder. Vijfhonderd​ kilometer gereisd. Bossen, grachten, musea, koetsen, treinstations, theaterzalen, frietkoten, velden en boekhandels passeerden voor m’n ogen en deden duizelen. De ontmoetingen met Jess De Gruyter, Jan Ducheyne, Peter Theunynck, Maarten Inghels, Charles Ducal en Els Moors waren alleraardigst. Vielle zelf was charmant en indrukwekkend, energiek — een fenomeen.

Laurence Vielle en Luc Vanneste in het Lappersfortbos
Laurence en Luc Vanneste in het Poëziebos, Brugge

Ondertussen is de Ronde voorbij, Facebook draaide door, het verslag werd gepubliceerd, het beeldmateriaal gearchiveerd. In het najaar volgt nog een voorstelling en bij het aantreden van de opvolgster zal de nationale dichter haar weg voortzetten. Mijn herinnering zal onuitwisbaar zijn.

Alle beelden in deze post door mezelf voor Poëziecentrum onder CC2.0 – BY-SA-NC

Instapoems

The Guardian, Vice en andere media belichten tegenwoordig geregeld de ‘trend’ van instapoems: dikwijls niet meer of minder dan een ‘gedicht’ op Instagram. Net als bij slam en spoken word is er meer hype dan definitie en zijn de genres of de criteria ook niet ‘instant’ definieerbaar.

Bij sommige van deze poëzie (zelfs die van wunderkind Rupi Kaur) vraag ik me af of dit niet eerder online scheurkalenderverzen zijn, maar veel prangender: of een tekst met een prentje nou meer insta is dan hetzelfde elders, on- dan wel offline. Het lijkt of de mogelijkheden van digitale poëzie ondergeschikt zijn aan het medium en het instapoem niet meer dan een waaierend metoniem.

Sterker lijkt me dan het werk op Jovial Torchlight of Internet Poetry. Hier wordt geëxperimenteerd met citaat en tegenstelling, met animatie en compositie. Ik las wel eens dat de grootste frustratie van schrijvers is dat ze liever muziek of beeldende kunst hadden gemaakt, omdat die directer bij het publiek binnenkomen. Dit lijkt me een zeer begrijpelijke houding.

Met image macros en GIF-poëzie zie ik nog meer een manier om een ervaring mee te geven die directer is dan enkel het woord. Op de Tumblr van Internet Poetry werd onlangs een (niet-bewegende) ‘internet collage’ van me gepubliceerd en zelf experimenteer ik graag met gelaagde GIFs die door hun ‘montage’ een ervaring (of zelfs een emotie) vertalen en opnieuw teweegbrengen.

Initiële onleesbaarheid, het blootleggen van het creatieproces en een hoge overdrachtssnelheid zijn in het beste instapoem afwezig als niet deze technieken er deel van uitmaken. Hoe meer ik de beperkingen van het dichtgenaaide, doodgedrukte boek of de online pdf ervaar, hoe minder dit me een zinvolle piste lijkt.

Getipt door Max Temmerman

Mijn tekst Post Truth werd getipt door Max Temmerman op Azertyfactor. Er is sprake van vleugjes Clint Eastwood en snuifjes Claus. Dat valt te liken.

Persoonlijke takeaway hier is toch de klemtoon die de (overigens zeer vermakelijke) recensie legt op actuele poëzie, en dat Temmerman de vervreemding en kunstmatigheid in de tekst weet te appreciëren. Schraal, suggestief en mediatiek zijn andere termen die erg treffen.

Ik las de tekst enkele dagen eerder nog op Ballonnenvrees getooid in een zelfgemaakt masker van emoji U+1F631 – zie foto – waarvan hier een samenvatting door Gert Vanlerberghe

De review dan, in citaat:

7 redenen om het gedicht Post Truth van Nils deze week met de hulp van veel trommelaars en trompettisten uit te roepen tot Azertytip van de week.

1) Een sterk gedicht begint àltijd met een sterk openingsvers. Een slecht gedicht kan nog sterk eindigen, een goed gedicht kan onmogelijk een flauwe opener rechttrekken. Ik vind ‘Het is geen tegenstelling//in begrippen’ interessant. Het is vaag genoeg om geïnteresseerd verder te lezen. Vaak geeft een openingsvers immers al veel te veel prijs. Onthou: vaag is goed.

2) Er staan veel mooie verzen in. En met mooi bedoel ik: lekker bekkend én interessant tegelijk. Het vierde distichon bijvoorbeeld ‘ik houd me schijnbaar in beraad’, ik kan daarmee verder. Ik hou van het suggestieve dat erg gebald wordt uitgebeeld, en ook van het leentjebuur spelen bij journaals en duidingsprogramma’s op tv. Dat laatste doet de auteur in dit gedicht wel vaker. Iemand houdt zich in beraad, het gaat over arbeidscontroles, over het papierwerk van het ziekenfonds. Om het duur en chique te zeggen: er zit nogal wat afstand en aliënatie in dit gedicht. Met dank ook aan deze mediatieke termen.

3) Enjambementen zijn gevaarlijk. Als ze niet strikt noodzakelijk zijn, ogen ze flauwer dan de gemiddelde songtekst van een kleinkunstformatie. Omdat dit gedicht is opgebouwd uit schrale stukken tekst, erg uitgepuurd allemaal, vind ik ‘zie geen kwaad behalve in/stilte stuk//gaan na de heetste december na’ erg goed werken.

4) Raqqa, Dakota: huh? Waarover gaat dit gedicht? Behalve dat er veel actualiteit in zit (zie ook reden 6) kan ik deze vraag niet pasklaar beantwoorden. Ik denk aan flarden van Hollywoodfilms, ik denk aan begrippen als silent majority & fake news & rust belt & kiesvee & ongemak & bange blanke mannen – Clint Eastwood komt steeds weer tevoorschijn. De Eastwood vol wraak die het recht in eigen handen neemt.

5) Een mespuntje Claus maakt elk gedicht straffer. Voller van smaak. ‘of het kwaad bloed niet gestold is’ is de verse koriandertak in dit wokschoteltje.

6) Actuele poëzie schrijven. Het kan. Ik heb dus geen enkel idee waar dit gedicht over gaat (de branie waarmee de auteur het schreef, vergemakkelijkt de interpretatie ervan ook niet), maar deze verzen beelden mooi uit hoe Trump zich nu voelt, enkele dagen voor zijn eedaflegging. Ze lezen als een typerende psychologische karakterschets: ‘zou ik me dan in stilte/afvragen//waarom de woede hier/nog verborgen//lijkt in onszelf? woede zit//in stille ogenblikken/van faalangst”

7) Woede zit in stille ogenblikken van faalangst. Kijk: dit is poëzie.

Curated AI

Curated AI Magazine publiceert (literaire) machinetekst ontstaan na een minimum aan menselijk ingrijpen. Denk: bots, scripts en neurale netwerken. Ook andere inzendingen zijn welkom zolang ze digitaal-tekstueel experimenteel zijn.

Ik stuurde Travel_Plans.gdoc in, en die werd als een nocturne de avond voor de presidentsverkiezingen in de VS gepubliceerd. Het uiteindelijke ‘gedicht’ werd een evocatieve mix van een holiday checklist en een politieke ode/kritiek.

Deze tekst ontstond vanuit een willekeurig gegenereerde tekenreeks die diverse digitale ingrepen onderging waaronder een Markov-ketting en Google Translate/TTS. Het volledige proces staat onder de tekst op de site vermeld.

Als nom de machine koos ik voor TrickleDown, enerzijds vanwege de verwijzing naar het economisch model, anderzijds omdat het proces zelf ook ‘druppelsgewijs’ tot stand kwam. Het biedt de mogelijkheid nog creaties in te zenden.

TravelPlans.gdoc herwerkte ik achteraf in een menselijke, meer uitgeschreven variant tot Reisplannen.gdoc.

De Oogst

In ogenschijnlijke navolging van De Zeef nu ook De Oogst van Hasseltse ‘uitgever, podiumorganisator en platformbezieler’ Koen Snyers. Ik zag de eerste bundelvoorstelling en introductie van uitgeverij Zeg het met tekst in De Groene Waterman eerder dit jaar. Een interessant initiatief dat kleine verzorgde publicaties lijkt te willen uitbrengen buiten de marktdruk van de grote uitgevershuizen om.

Daarnaast treedt men ook in de sporen van Ballonnenvrees en De Sprekende Ezels met een plaatselijk podium – het eerste in Limburg naar het schijnt.

Nu dus De Oogst met een eerste inzendingsronde en een eerste selectie waarin ik voorkom met Astrid Arns en Elle Werners, beiden ook Zeef-oudgedienden. Mijn tekst werd Scharnier, die ik gisteren nog voorlas naast Peter Holvoet-Hanssen en anderen op het dodenfeest in het Zuiderpershuis.

[google-drive-embed url=”https://drive.google.com/file/d/0B3LRezTeruI3ODJFSHE5ZFJwUjQ/preview?usp=drivesdk” title=”Scharnier” icon=”https://ssl.gstatic.com/docs/doclist/images/icon_12_pdf_list.png” width=”100%” height=”500″ style=”embed”]

Poëziekrant

Mijn tekst Werkelijkheidscontrole, eerder in de Zeef van de maand, werd uitgelicht in de Poëziekrant van oktober. De redactieleden (Roel Richelieu van Londersele en Charles Ducal) “kregen de smaak van dit gedicht pas goed te pakken” toen ze naar eigen zeggen ‘cannot adult’  intikten in Google Afbeeldingen. Dat had ik zelf nog niet gedaan maar het blijkt interessant.

Ze schrijven verder:

Het veronderstelt voldoende afstand om vrij en creatief gegevens, waar al zo veel dagelijkse taal, emotie en gedachtes aan kleven, ‘los te zien’ en tot bouwstenen te maken van een eigen constructie. Hoe doet hij het? Om te beginnen door met schaamteloos cynisme alle actualiteit te egaliseren tot één moedeloos makende werkelijkheid.

Ik ben verder zeer tevreden met de kwalificatie “brutaal maar evenwichtig” en vooral de term cynisme – in tegenstelling tot het even gemakkelijke ironie. In Oh post ironie schreef ik eerder iets wat een ‘soort poëtica slash nieuwjaarsbrief’ moest voorstellen; tégen de (post)ironie en vóór een nieuwer, maar fundamenteel, (neo)cynisme.

My suggestion for a neo-Cynicism would take ancient Cynicism and detach it from some of its optimism about the world. I’d then run it through some sort of filter of philosophical pessimism […] I note that the trick is to do this without adopting a world-weary stance that seemingly cropped up at times in Stoicism, or without moving from Cynicism the philosophy to cynicism the cheap psychology.

Nu goed. Een ander fijn detail is dat ik naast NAFT-winnares Jill Marchant mag verschijnen. Ik ontmoette Jill bij een korte schrijfintroductie in 2014 georganiseerd door DE DAGEN in samenwerking met Creatief Schrijven. Die reeks vormde de reboot van mijn oude maar diep begraven schrijfambities. We wonnen later allebei een Beeld Express en deelden al eens een podium of zagen elkaar her en der. Dat maakt deze toevallige selectie ook persoonlijk aangenaam.

De Poëziekrant, de volledige recensies van mijn en Jills teksten en veel meer, vindt u ‘in de betere boekhandel’ of via de site.