Mei

Onze plannen en ambities hadden de stad al verlaten en ons restte enkel tijd. Wij promoveerden tot bankiers van ons onvermogen, verkeerden urenbreed in openlucht. Wij verruilden onze arbeid voor iets van een bestaan, lam en dronken van geduld.

Een luchtdrukverschil herinnerde ons aan donkerder hemels dan deze en het nageslacht verschoot tot een nieuwere kleur. Het was een complexe handeling, maar helder genoeg in onze geest, om de aandacht enkele graden te roteren of een correctie door te voeren in de richting die onze lichamen tot dan hadden gekend, om ogen te vullen met minder dan een tekort.

Onze huid vol oppervlaktespanning trok zich tot een antwoord in elkaar.

Date met een sokaap

Op 1 mei viert sociaal-cultureel buurtcentrum ‘t Werkhuys in Borgerhout de start van het zomerseizoen met haar jaarlijkse Feest van den boom. Het thema is deze keer Een boom vol woorden. Woordpodium Ballonnenvrees houdt halt in het literair salon en ook DE DAGEN is aanwezig met extra leessessies en een verkoop van door meelezers gemaakte sokapen.

Meerdere van deze apen kregen een identiteit mee in de vorm van een verhaal of een vers. Ik schreef ook een verhaal voor de aap die bij mij terecht kwam. De opbrengst van de verkoop gaat naar Vluchtelingenwerk Vlaanderen.

Facsimile van de tekst alhier; het origineel met aap zal voor de fortuinlijke koper zijn.

De tekst voor de zeeaap

 

Getipt door Sarah Posman

Screenshot Azertyfactor

Na een uitzonderlijk rake analyse door Ann De Craemer vorig jaar mei, word ik weer getroffen door de inzichten van nY-redactrice Sarah Posman. Zij tipt vandaag Narvik (gisteren hier nog gepubliceerd) en vermeldt in de marge Werkelijkheidscontrole op Azertyfactor.

Posman ziet contrast en ongerijmdheid. Klopt zeker dat ik tegenstelling zocht in beide teksten; passiviteit versus dadingsdrang, controle versus vervreemding. Blijkbaar doe ik dat wel vaker.

Klopt evenwel ook dat de tweede tekst nog aanpassing vereist — ik gebruik de schrijfsite nog te vaak als een tussenstation; voor het opslaan en laten broeden. De protoversie behoud ik als aanzet.

Wordt dus vervolgd, begin citaat:

Ik heb er de gedichten ‘Narvik’ en ‘Werkelijkheidscontrole’ van Nils Geylen uitgelicht. ‘Narvik’ bouwt een mooie spanning op. Het beeld van de loerende bergen die traag je kamer inglijden wérkt omdat het niet eenvoudig te duiden is: het is absurd, een beetje griezelig, maar het is ook een ervaring die je het gedicht binnentrekt – ik wil dat wel een keer meemaken, binnensluipende bergen. Het trage tempo is niet zomaar een meditatief ‘in het moment zijn’, wat de imperatieven aan het begin van het gedicht lijken te suggereren. Hier moet een opdracht vervuld worden: de spieren worden gespannen, er moet een berekening gemaakt worden en een fout hersteld. De aanwezigheid van de kat zorgt er samen met de bewegende bergen voor dat een menselijk handelen deel wordt van een groter systeem waar de mens – ook al wil hij meten en berekenen – niet alles kan controleren.

‘Werkelijkheidscontrole’ trok mijn aandacht door de geweldige titel. Ik zie onmiddellijk een ambtelijk apparaat aan het werk, of een werkelijkheidsbedrijf dat zijn werknemers van deur tot deur laat gaan om de werkelijkheid te controleren. Het woord ‘reality check’ resoneert mee, en valt niet los te denken van de manier waarop ‘werkelijkheidszin’ vandaag ideologisch wordt ingevuld. Ook in dit gedicht wordt er ‘binnengeslopen’ en valt er weinig te meten: ‘vier procent van de kosmos is nog te vatten.’ De spreker is boos op de toestand van de wereld, op wat voor werkelijkheid moet doorgaan, en vat die kwade energie in treffende beelden. ‘Wie staat nog op een plein iets goed te maken?’. De dingen rijmen niet meer: wijkcomités zijn niet louter gezellig (‘rondje’ betekent zowel ‘samen iets drinken’ als ‘controlerend op ronde gaan om een rekening te vereffenen’), Europeanen hebben het moeilijk om onder elkaar te zijn, de rijen aan de budgetshop zijn te lang. Net als in ‘Narvik’ speelt Nils slim met proportie en contrast: van wijkcomité naar Europeanen, van een woord naar ‘budgetshop’ (gruwel) naar de poëtische frase ‘te lichaamsdragend’ (te fysiek, het leed van de werkelijkheid). Aan het slot zou ik nog wat morrelen: dat werkt denk ik sterker zonder bevel.

Het lijkt soms alsof ik meer schrijf dan ik denk te zeggen.

Narvik

Stel je voor, de wind, de bergen. Dat ze loeren
en zeer zeer zachtjes slechts bewegen. Ze
kraken als een stramme rug. Denk erover na.
Dat ze je stilletjes volgen, trager dan je

vingernagels groeien terwijl je wacht.
De kat slaapt en droomt van hoogtes, spant
haar spieren voor de sprong. En de bergen
glijden je kamer in. Je spant je spieren

millimeters dichter bij de bergen, en de afstand
tussen achtergrond en focus golft
steeds kleiner en steeds schuiner. De helling
nu recht evenredig aan je bewegingen vandaag,

je zuchten in de avond, het ademen van de kat.
De stilte is het meetinstrument. Het meet
de lengte van de dagen hier, berekent het verschil
met de winternacht. Je noteert wat ontbreekt, mijlen

na de komma. Je gaat op zoek naar de fout, je herstelt
de breedtegraad met een marge, met een verlangen.

De Taiga Zwijntjes

Of je hier belezen, ingelezen, doorgelezen in moet. Of net zonder enige voorkennis, kennis, verwachting, hoop. Wat was de vraag? Dit is: in elk geval een klapper (klapstuk?) van een tekst — ‘gedichten’ (gedichtjes, p. 13) kan je het niet noemen. Poëzie, poëtisch, poëticaal, PO-EMEN. Ja.

Ik bespeur nogal wat verontwaardiging, weerzin, misselijkheid, gortige kaalslag; of is het uitputting, je m’en foutisme, laconieke kan-me-nog-slechts-vaag-schelen?

Een politiek werk, een artistiek werk, een literair werk, een sociaal werk; dus over politiek, de kunst, de letteren — de maatschappij vandaag. Een zaptocht langs themakanalen, drive by shootings, stadsangst, hypes en cliques en society-ongedierte. Terreurberichten.

Deel één verwart meer dan deel twee; het eerste een landschapssetting van sterk dystopisch-surreeële aard, het tweede een persoonlijker weerwoord. Deel één vergt wennen: dit is niet slechts corrupt enjambement of caleidoscopische bladspiegels. Het is chaos en bomkrater.

Daarna raak je snel gewend. Welkom in wonkaland.

Uit één, De Taiga:

je feestslinger doet algauw duzend euri
de ontmanteling helpt onbedoeld
de geile wereld aan een podium
kom verder ATTENTION: zo blazen we je
van de sokken met onze po-emen

een ijdel behaagziek ikken hikken de knik in mijn stem

doet geen dode recht brauch kein geleend verdriet om me goedkoop

te bezuipen in de eerste de beste dollarbar de televisiekok met name
mocht op de pleziervaart niet ontbreken het hoofdpodium hing
van zweetlozing, voortijdige chatharsis en slikvocht aan elkaar
nog voor het poëziediner lostbarstte was ik die gedichtjes
spuugzat

Een lang fragment (nodig!) maar eentje wat zowel erg herkenbaar is als volstrekt alienating; dit maak je mee + hier wil je niet zijn + OMG. Voor mij (niet dé maar) een kenmerkende passage. Er zijn er meer, het gaat door.

Uit twee, De Zwijntjes, de laatste drie verzen, die de hele bundel (wat mij betreft) samenvatten:

57
de ingesponnen vlieg is leeg
voor een boeddhanatuur is dit niet schokkend
maar messcherp of radicaal
het huis molest

58
macht en ideologie in steen uitgedrukt
en wij zeldzaam broedpaar
beschut en afgedekt door het veld
grom-hijgend

59
wij halen ons hart hier op
dronken het is een relict van de laatste ijstijd
helm lamp kalasjnikov
blaffende apen

Empty shells, zen-gedoe, woningmarktinstorting, teruggetrokken defaitisme, boos, fun (FUN!), loerende dood, wij zijn erger dan apen: onderontwikkeld, regressief, catatonisch diabolisch.

Deze verzen zijn voor mij: het is om zeep sit back bekijk de waanzin.

Breughel en Bosch.

De Taiga Zwijntjes, Astrid Lampe. Querido, 2015

Open Podium

Voorbije woensdag vond in boekhandel De Groene Waterman de première plaats van een nieuw literair podium. De organisatie was in handen van stagiaire Silke Huybrechts, en behalve ‘open podium voor nieuw talent’ had het nog geen naam, maar hopelijk komt dat nog.

De vraag is uiteraard: is er nood aan nòg een podium in Antwerpen, naast Ballonnenvrees, De Sprekende Ezels, Kraak, You On Stage en talloze andere van meer of minder literair allooi? Of beter: waarom was dit anders en verdient het een plek?

Anders zijn

Eerst en vooral is er het kader: een boekhandel. Naast het air van geletterdheid of sérieux zorgt dit alvast voor een preselectie: minder acts die naar slam, comedy of zelfs rap neigen; wél meer auteurs die klassieke of prozapoëzie brengen. Woensdag kwamen zelfs een kortverhaal en enkele passages uit een roman aan bod. Dit zijn genres die op andere podia niet gauw ruimte zullen vinden.

Een tweede element in dit opzet is een noodgedwongen kleinschaligheid. Geen muzieksessies, geen kroeggebeuren, geen feest. Dat letterenavonden zoals eerder genoemd soms een feestje zijn, is weliswaar heerlijk, maar hier lag de focus op het woord en het luisterplezier. In die mate zelfs dat geluidsversterking aanwezig was maar niet hoefde. Alles bleef klein en intiem, haast alsof het een huiskamerlezing was.

Ten slotte, een laatste gevolg hiervan, is het ontbreken van wat ik een spelelement zou noemen: er is geen wedstrijd (voor prijzen, finaleplaatsen of populariteit) en zeer weinig ego. Er stonden uitdrukkelijk geen ‘bekende’ namen op de affiche, en er moest geen ‘sfeertje’ gemaakt worden. Er waren introducties maar geen MC. Dit alles lijkt me voor ‘nieuw talent’ zeker een drempelverlagende factor.

Opmerkelijk was hierbij toch het niveau: dat was hoog genoeg om de avond aangenaam te houden; iedereen die optrad had duidelijk schrijfervaring en wist minstens ook hoe een tekst te brengen.

Nog een indicatie misschien, dat dit verborgen nieuw talent er wel degelijk is, maar mogelijk niet de zin ziet van, of de weg vindt naar, andere podia. Schrijvers die misschien niet klaar zijn zich aldus te presenteren of te doen gelden, die vooral willen uitproberen, voor zichzelf, maar ook om te delen en om zich te verbeteren.

Proeven en testen

Jammer was dat voor deze proefeditie weinig volk aanwezig bleek; ook niet de talloze auteurs die zich hadden ingeschreven als performer maar niet als publiek kwamen opdagen. Dit versterkte weliswaar het intieme gevoel en de rustige sfeer maar het had meer gemogen. Ook voor publiek is er aanvankelijk een drempel en een testfase.

Voor zover ik de feedback die avond en achteraf meekreeg, is er bij De Groene Waterman zeker de wens om dit te herhalen, misschien tijdens de openingsuren van de zaak. Ook dat zou een interessante aanpak zijn die uniek is en veraf ligt van wat er al wordt aangeboden.


Aanwezige auteurs: Anne Mieke Vermeulen, Luc Mensaert, Daan Janssens, Maite De Beukeleer, Margot Coremans en Willem Ardui, Jasper Coremans, Hans Borodowski, William Roelant, Maike Bretschneider, Delfien Vanden Heede, en ikzelf.

Poëziedokter

Ik ontving een doktersvoorschrift van dichter Peter Holvoet-Hanssen. De voormalig stadsdichter houdt recent occasioneel kabinet in het Sint-Elizabethziekenhuis.

Consult duurt een half uur, remgeld bedraagt negen euro, het geheel in samenwerking met Creatief Schrijven. Lotte Dodion verzorgde als verpleegster (in casu zonder stem) de intake.

Vooraf diende ik drie stukken in: Wake, Constellatie en Handelingen. We bespraken vooral register en stem: hoe schakel ik tussen versteende taal en neologisme, welk effect heeft dat op het geheel?

We hadden het over Han van der Vegt en Paul Bogaert (die ik beide zeer bewonder) en de dames en heren van Samplekanon. Uiteraard kwam Van Ostaijen ter sprake, van wie ik Gebruiksaanwijzing der lyriek dien te lezen.

Inmiddels redigeerde ik enkele teksten met de tips en aanmerkingen in gedachten, en de vraag is nu of en hoe ik verder wil. 20 april is een vervolggesprek gepland.

Epistemologisch

For clearly there are unknown truths; individually and collectively we are non-omniscient.
— On Fitch’s Paradox of Knowability

Kein Mensch kann hören,
was die Eule hört.
— Alles was wahr ist, Heinz Kahleu

Het ravet in Het Bos.
— Dans Dichter Dans, FB

 

En

ik waarschuwde nog: dat het te ver zou zijn, en te moeilijk bereikbaar en te veel gedoe maar uren later uitgeteld op een bank in een hoek onder spots die geen maat meer hielden, enkel nog drammerig vooruitgangsritmes

knipperden, fluisterde je me toe dat alle ware kunstenaars verloren zijn zodra hun eerste werk door een ander is bewonderd, oprecht of niet, want het is niet het zien maar het uitspreken wat telt.

Maar, en, dus

we hadden niet zo ver moeten komen, niet de moeite hoeven doen, onszelf niet nodeloos uitputten tegen alle wetten van de energiebewaring in om dit te weten te komen maar hadden het niet kunnen zeggen zonder.

Maar, omdat

het als een ongekende waarheid is die, eens uitgesproken, nooit anders dan gekend had kunnen zijn, zoals weten dat jij het bent, jij, zonder dat je het zelf weet en ik het niet had kunnen bedenken zonder je te kennen;

zonder het te negeren nu, op te staan nu om bier bij te halen, mijn schouders die verdwijnen in de massa, onder de gloed van deze spots, de enige last die ik vanavond nog te dragen heb.

Maar, en, toch.

Wally / Goldsmith

Eddy Wally is gisteravond

op 83-jarige leeftijd overleden. Dat meldt
zanger Christoff op zijn Facebookpagina.
(Het nieuws werd ondertussen ook bevestigd
door zijn manager Hugo Colpaert.)

De zanger, die sinds juli 2011 in het rusthuis
Bloemenbos in Zelzate verbleef, spendeerde

          de voorbije feestdagen
          in het ziekenhuis
          door een probleem

met zijn sondevoeding en een ingreep
aan de maag. Eind januari
werd hij uit het ziekenhuis
ontslagen.

Wally overleed
kort voor middernacht
aan de lichamelijke gevolgen
van zijn hersenbloeding. Volgens zijn manager
heeft de zanger afscheid kunnen nemen
van zijn geliefden

en
heeft hij enkele dagen voor zijn dood
nog uitgedrukt dat hij gelukkig was. — De ‘Voice of Europe’

wordt zaterdag begraven.


Tekst: Belga
Bewerking: Nils Geylen

Archeologie

Voor gedichtendag, een gedicht. Als alibi, uit nostalgie, ter motivatie.

Teruggevonden restant van iets wat ik ooit schreef, en wat ik dateer ca. 2006. Een jubileum dus ook.

Het oudste eigen werk wat ik blijkbaar nog bezit. De rest is verdwenen, verloren, achtergelaten, vernietigd. Toen in het Engels, allicht omdat ik lokaal niet ingebed was, omdat het nog de nodige afstand bood?

Voor het archief, de archeologen van het interweb, de toekomst.

SHELL SHOCK SQUARED

did you hear
an atom bomb’s gone off

somewhere near
they say

1-helluva-ride

in the blast zone
in the shock wave
(3 cheers for mission control)

in the fields of green (outer perimeter)
where picknicks turned sour

trickles of apocalypse
proudly sponsored
now
sightless
deaf

comes the fallout

Er valt veel over te zeggen maar dat laat ik even.