Getipt door Ann De Craemer

Screen Shot 2015-08-04 at 11.50.25 AM

Vandaag op de voorpagina van Azertyfactor: Tip van de week voor mijn gedicht Pyra door auteur en taalwatcher Ann De Craemer.

Haar tip is veeleer een diepgaande recensie, maar aangezien Azertyfactor niet aan permalinks doet, citeer ik integraal.

Het gedicht ‘Pyra’ viel me tussen alle andere teksten meteen op. Maar, zo vertelde ik mezelf: laat je oordeel nog een dag rusten, en kijk of je het gedicht morgen nog steeds goed vindt.

‘Morgen’, dat was gisteren, en ook bij herlezen (en nog eens herlezen, en nog eens) bleef het gedicht een snaar raken.

Waarom? Wel, bij mij gaat het vooral om ontroering: een gedicht grijpt je meteen vast – of niet. Dit gedicht doet dat omdat er, zoals dat in goede poëzie hoort, genoeg stilte tussen de regels zit. Dat is niet letterlijk het geval, want het gedicht heeft geen interpunctie, maar net dat maakt de figuurlijke stilte tussen de regels krachtiger. De regels lopen door en door, zonder punten of komma’s, wat aan het gedicht een soort haast geeft die past bij de inhoud. De ‘ik’ in het gedicht heeft haast. Hij wacht op iemand die er niet meer is.

Wat is die stilte dan? Wat wordt er niet gezegd? Voor mij – er zijn vast ook andere interpretaties mogelijk en ook dat maakt het een goed gedicht; het is niet eenduidig – gaat het om een relatie die beëindigd werd. De ‘ik’ uit het gedicht moet zich iets ‘voorhouden’. Hij moet zich voorhouden dat zij van wie hij hield maar die nu weg is ‘goed’ is in ‘wensen vervullen waar niemand om vroeg’ en in ‘oude geesten tot leven wekken’. Ik lees dat als een relatie die weer hervat werd nadat ze al een keer beëindigd werd. Maar zij heeft de relatie nieuw leven ingeblazen.

Meteen echter is het opnieuw misgegaan. Ze is weg, en de ‘ik’ uit het gedicht moet zichzelf eraan herinneren dat haar ziel wel degelijk een warmte heeft, die ze nu alleen koestert in de puinhoop van de dag – want een puinhoop lijkt de dag voor hem te zullen worden, nu ze is weggegaan. Ze heeft bij haar vertrek woorden gesproken waar gekras op zat – harde woorden, waarschijnlijk; scherpe woorden. Wat niet wordt gezegd, is dat die woorden ook tot krassen op zijn ziel leiden. Dat mag de lezer zelf aanvullen, en die suggestie vind ik erg krachtig.

De ‘schepsels op de dakrand’ zie ik als vogels in de goot. Maar fluiten zullen ze die ochtend niet voor de ‘ik’ uit het gedicht. Het lied is ten einde. De vogels zullen straks in brand vliegen, omdat zij van wie hij hield de fik in hun relatie heeft gezet. Die brand vult de hele kamer, tot de dakrand toe. Ik zie hier ook een verband met de titel: ‘Pyra’. Een verwijzing naar pyromaan, maar hier gaat het om een vrouwelijke pyromaan, dus hij noemt haar ‘Pyra’.

Het einde vind ik prachtig. Ze is weg, maar hij heeft nog hoop dat ze terugkeert. Hij noemt haar ‘liefste’ en spreekt de wens uit dat hij toch nog voldoet. Dat ze toch nog de rekening opmaakt en dat de balans positief uitvalt, en dat ze hem dat zo snel mogelijk moet laten weten.

Ik heb eerlijk gezegd op deze site ook veel slechte poëzie gelezen, maar dit gedicht voelt aan alsof het door een ‘échte’ dichter is geschreven. Ritme, suggestie, krachtig einde: alles zit juist. Aan schrijver Nils: doorgaan.”

Pyra

[google-drive-embed url=”https://drive.google.com/file/d/0B3LRezTeruI3MC1HWWZ1UThDRWM/preview?usp=drivesdk” title=”Pyra” icon=”https://ssl.gstatic.com/docs/doclist/images/icon_12_pdf_list.png” width=”100%” height=”400″ style=”embed”]