Skip to content
Respijt

Getipt door Peter De Voecht

Eerste tip van de week na de zomervakantie op Azertyfactor is van Peter De Voecht. Ik tref het met deze reviews. Na Ann De Craemer en Sarah Posman is deze ‘doctor in de Amerikaanse Literatuur, redacteur bij Gierik & NVT, en auteur van Slachtvlinders‘ niet karig met (vooral zinvolle) feedback. Ik vind Respijt niet geheel in mijn persoonlijke ambitie passen en het is maar netjes te vermelden dat ik dit initieel schreef voor de wedstrijd ‘Blow Up’ van het Centrum voor Beeldexpressie. Daar haalde ik het niet, maar wel hier en dat is allicht interessanter voor mezelf.

De Voecht:

Natuurlijk valt de vorm als eerste op. Maar er is ook die eerste zin, die vraag die in medias res om extra nadruk vraagt. Waaróm?

De vergelijking met de dinosaurussen verwart eerst, maar dan besef je dat de naïviteit van de vraag misschien wel op een kinderlijke blik wijst. Net op dat moment valt het gesprek even stil en is er niets. Je denkt aan wind en zee en krijtrots. Tot je gedachten weer naar geweerschoten neigen.

Het gedicht zegt iets over vluchtelingen en de drukkende leegte van angst zonder te concreet te worden, alsof je dat niet té expliciet wil maken voor het kind dat vragen stelt. Want zijn we niet allemaal het kind dat hier aangehaald wordt? Willen we niet allemaal de antwoorden horen en tegelijk het ruisen van de wind?

Er zit een sterke verbinding in het gedicht tussen vorm en inhoud. Dat zie je bijvoorbeeld in hoe naar het einde toe het inkorten van de strofes geëvoceerd wordt door de rode kleurbalken die slechts aangezet zijn, zonder meer. De combinatie van de diagonale lijn met de inhoud leidt je bijna dwangmatig naar het einde van het gedicht, het antwoord op de vraag van in het begin, dat misschien wel iets van een cliché heeft, maar in dit geval gewoonweg wérkt dankzij de context. Er staan zoveel woorden niet dat het geheel veel sterker wordt dan de som van de delen.

Published inSchrijven
Theme: Author. CMS: WordPress