Le chat

Een poezenleven is zo klein en weerloos. Het lijkt zo weinig zin te hebben. Maar het kan verdomd deuken slaan.

Dinsdagmiddag rond de noen is mijn huisdier overleden. Molly was een weesje van een jaar of drie (vier?) dat dringend een plek nodig had, en ik voelde me sterk genoeg die taak op me te nemen. Eind 2010 werd ze #Mollycat en de mijne.

Het ging allemaal snel. Die zes jaar. Die twee-drie dagen van ziekte, opname, en dan de dood op de operatietafel. Vandaag ruim ik al op en alles doet zeer.

Ik wil Baudelaire citeren, Viens, mon beau chat, sur mon coeur amoureux, maar Mollycatje kwam bij me in een scharniermoment in mijn leven, en verliet me in een ander. Dat verdient meer dan een citaat.

Een nieuwe tekst ga ik nu niet schrijven, literair gaan we niet zitten doen. Daarom wat simpele woorden die ik eerder optekende

Mijn kat hield me uren wakker, gisterennacht.
Miauwen.
Rondtrippelen.
Gedachten in de schaduw bespringen.
Tevens: zitten. Naar me kijken en de waarheid kennen.

Nu, op de bank, droomt zij dat ik ook dingen weet.
Maar dat is niet zo.
Hoe wij graaien in het duister!

Haar donkere vacht glimt alle antwoorden die ik nodig heb.

Menselijke relaties vereisen soms veel willen en nodig hebben. Met een dier is het één en al geven aan elkaar. Het is samenzijn van een andere soort.

In de wereld gebeurt van alles wat leven verdrietig maakt. Vandaag hier een beetje. Ik mis een stuk.