Bergtocht

Een wonderlijk rijke taal van meanderende frasen, plechtstatige beschrijvingen van de meest precieze handelingen en gedachten, en een meeslepend beeldende woordenschat — nee, dat zou je in een bergbeklimmersrelaas niet verwachten.

Bergtocht is dan ook meer dan slechts een korte anekdote over twee klimmers die enkele dagen doorbrengen op de Zwitserse kammen. Het is een bijzonder gelaagde psychologische parabel over de menselijke staat, de onverzoenbare eigenheid van karakters en het noodlot.

Wie aandachtig leest ziet de tweespalt reeds gesymboliseerd vanaf het begin op het terras in het dal, en meest magistraal tijdens het wachten op geschikter weer op de Helling der melancholie, wanneer de anders zo expressieve Ull zich in stilte richt op de details rondom hem en de introverte Johann net dan een vergezicht in het vizier krijgt wat hem tot weidse, diepe gedachten brengt, maar… deze ervaring — dan toch weer getrouw aan zijn aard — niet met de ander deelt.

Wat kon fascinerender zijn dan die uitstraling van zachtheid en onuitsprekelijke duisternis, van intens weemoedige eenzaamheid en waarschijnlijk oneindige melancholie? Een helling die bij mooi weer niemand zou zijn opgevallen, die altijd slechts een hellend vlak was geweest, een verbinding, door geen enkele blik als iets anders beschouwd, want elke blik haastte zich omhoog naar de scherpe bergkammen, de spitsen, de hemel. Nu had ze ineens een stem gekregen als gevolg van de barre weersomstandigheden, en de bergkammen deden er het zwijgen toe.

Voeg hierbij een droom over een beer en enkele hallucinaties tengevolge van ontbering, twijfel en onrust, en men is er zich gauw van bewust dat deze novelle, hoewel bij wijlen uitzonderlijk technisch ogend, geen heroïsche berghistorie, noch een egocentrische klimmersbio is, en waarom Leesmagazijn het gelukkig nodig achtte dit miskende dan wel over het hoofd geziene meesterwerkje te publiceren.

Bergtocht, Ludwig Hohl. Leesmagazijn, 2014