Tragikomisch

elkaar vinden is al een hocus-pocus van gemanipuleerd
     scheefkijken onder de bezwering van vingervlugge
straatgoochelaars, balletje-balletje tussen toevallige
     passanten, onze alter ego’s opgehangen aan de eigen
schaduwkant, voortdurend het evenwicht zoekend op
     het ene been, afwisselend het andere, ten slotte
overhellend in een vraagteken wanneer er ergens
     lichten aan gaan, de muziek ophoudt, verontruste
zuchten 
opstijgen uit het publiek — maar elkaar 

verliezen is taarten smijten in een circusact waar twee slapstick-
klunzen 
elkaar bedelven onder slagroom en tompouces ver
voorbij hun houdbaarheidsdatum en besluiten dat de piano toch
moet 
vallen aan het eind maar vergeten dat de voorstelling ook
later nog volk moet trekken en dan maar een vette pruillip
nabootsen onder hun make-up-grimassen zodat de opgelopen
schaafwonden, de houtsplinters in ledematen en het stofje in
het oog nog een beetje schijnen mee te vallen en het leedvermaak
de volgende keer haast net zo grappig lijkt — wij herhalen

wat herhaald moet, omdat het niet anders kan, omdat
     wij elkaar gelukkig nog onmisbaar achten